Beter begeleiden van patiënten voor meer therapietrouw

‘Bij een patiënt kan zoveel spelen, waardoor die zijn medicijnen niet neemt. Niet iedereen vertelt dat direct aan de balie van de apotheek’, zegt Liset van Dijk, programmaleider Farmaceutische zorg bij het NIVEL.

Ze raadt apothekersassistentes daarom aan om er eerst achter te komen wat de patiënt bezighoudt. Het is een voorbeeld van een verbetering die Van Dijk graag zou zien in de begeleiding van patiënten. In haar onderzoek legt ze dit soort verbeterpunten bloot en probeert zo het gebruik van geneesmiddelen te verbeteren.

Op 25 juni van dit jaar hield Van Dijk haar inaugurele rede bij de aanvaarding van het hoogleraarschap Pharmacy health services research aan de Rijksuniversiteit Groningen. In haar leeropdracht staat het sociaalwetenschappelijke perspectief op geneesmiddelengebruik centraal. Hoe gebruiken patiënten hun medicijnen? Welke informatie hebben ze nodig? En hoe kan de apotheek therapietrouw bevorderen? Dat zijn enkele vragen die Van Dijk beantwoordt in de projecten die zij opzet.

‘Vooral in de begeleiding van patiënten bij het gebruik van geneesmiddelen zie ik veel mogelijkheden tot verbetering. Het helpt bijvoorbeeld om apothekersassistenten meer te trainen in patiëntgerichte communicatie. Patiënten geven soms heel impliciet iets aan. Als iemand zegt: “Het zijn toch wel heel erg veel medicijnen”, dan is dat een moment om toch even door te vragen hoe het gaat. Informatie geven gaat al heel goed, maar nog meer kijken naar signalen die de patiënt afgeeft, kan nog wel beter.’ Dit haalt Van Dijk uit een onderzoek dat zij leidde naar de gesprekken die apothekers-in-opleiding voeren met patiënten die hun medicijnen krijgen.

Ander onderzoek van Van Dijk en haar collega’s bevestigt dit. Zij bekeken opnames van gesprekken tussen verpleegkundigen en patiënten met de ziekte van Crohn in het ziekenhuis. ‘Dat zijn vaak jonge vrouwen. Als zo’n patiënte bijvoorbeeld wil weten of ze gewoon zwanger kan worden, dan heeft het voor de verpleegkundige minder zin om eerst te doen wat ze van plan was, bijvoorbeeld informatie geven over de bijwerkingen van medicijnen’, legt Van Dijk uit. ‘De patiënte zit met een andere vraag in haar hoofd. Daar kun je vaak het beste eerst aandacht aan besteden.’       

Communicatie aan de balie

Van Dijk staat midden in de zorg, werkt met verschillende partijen samen. Apothekers en patiënten denken mee over de vragen die in de apotheek kunnen worden gesteld. ‘In ons onderzoek bleek bij tweede uitgifte van medicijnen maar liefst een kwart van de patiënten een probleem te hebben. Met open vragen als “Hoe vindt u het om lange tijd dit geneesmiddel te gebruiken?” kan de assistente aan de balie een goede triage uitvoeren. Sommige vragen kan zij dan zelf oplossen, andere gaan door naar de apotheker of de huisarts.’

Het blijkt nog niet zo makkelijk om eventuele problemen boven tafel te krijgen. Patiënten kunnen haast hebben of zich vanwege hun privacy niet op hun gemak voelen om hun verhaal te doen in de apotheek. Ook daar wil ze de communicatie beter op afstemmen. In een nieuw project met inhalatiemedicijnen gaan patiënten van tevoren eigen vragen opsturen, zodat de assistentes zich hierop kunnen voorbereiden. Ook deze aanpak zorgde ervoor dat zowel patiënt als zorgverlener meer uit het gesprek konden halen. Van Dijk wil deze projecten nu veel groter gaan opzetten. Ze is naar eigen zeggen nog lang niet klaar met dit onderzoek naar de communicatie aan de balie van de apotheek.

‘Kijk eens op thuisarts.nl’

Een ander aandachtspunt van Van Dijk is de online informatievoorziening voor patiënten. ‘Patiënten vinden lang niet altijd goed hun weg in alle informatie die ze kunnen vinden. Ik zie wel heel goede initiatieven ontstaan, maar die kunnen we nog beter inzetten.’ Ze doelt onder andere op de samenwerking tussen thuisarts.nl, apotheek.nl en andere betrouwbare sites. Die informatiebronnen worden nu meer aan elkaar gekoppeld door het Netwerk Patiënten Informatie, zodat patiënten makkelijker binnen een betrouwbare omgeving blijven als zij informatie zoeken.

Ook noemt ze initiatieven voor laaggeletterden, zoals de beeldsluiter en de kijksluiter. ‘Dat zijn goede ontwikkelingen, maar zorgverleners kunnen hier nog wel wat meer naar verwijzen. Ik zou willen zien dat dit soort initiatieven verder worden geïmplementeerd in de zorg en dan uit willen zoeken voor wie het werkt en voor wie niet.’ Een ander soort begeleiding dus, die verder gaat dan het directe contact tussen patiënt en zorgverlener.

Proeftuinen voor therapietrouw

Van Dijk probeert met haar projecten direct een verschil te maken voor patiënt en zorgverlener. Zij doet dit in de vorm van proeftuinen, ook wel ‘living labs’ genoemd, voor projecten gericht op therapietrouw. ‘Heel veel interventies worden ontwikkeld en getest, maar komen toch niet in de praktijk. Vanuit ZonMw is het idee nu om niet steeds iets nieuws te ontwikkelen, maar meer te implementeren en te kijken hoe dat gaat. Waar loop je dan tegenaan? Hoe kunnen we daarvan leren? En hoe gaan we een interventie verspreiden?’

Om die vragen te beantwoorden, is het Make-It consortium in het leven geroepen, bestaande uit onderzoekers en zorgverleners die al vele jaren samenwerken aan therapietrouwbevordering. Van Dijk coördineert het consortium, dat volgend jaar de eerste proeftuinen wil laten draaien. Vanaf half november kunnen partijen die samen een project willen opzetten, hiervoor subsidie aanvragen bij ZonMw. ‘Wat wij vervolgens gaan doen, is een onderzoek náást de proeftuinen. Dat is heel ander type onderzoek dan een clinical trial. Het is meer een actieonderzoek waarbij de onderzoekers meekijken hoe het gaat in de praktijk. Wat werkt, gaan we dan verspreiden naar andere settings.’

Het doel is om eenvoudige interventies in de eerste lijn direct in te zetten in de praktijk en ondertussen te blijven leren en verbeteren. Ze hoopt dat deze aanpak ook de samenwerking tussen huisartsen, apothekers en wijkverpleging stimuleert. Van Dijk verwacht dat de proeftuinen zich onder andere gaan richten op patiënten met een aantal veelvoorkomende aandoeningen, zoals COPD en diabetes, maar ook op bijvoorbeeld laaggeletterden. ‘Interventies waar je aan kunt denken zijn telefonische startbegeleiding bij tweede uitgifte van medicijnen in plaats van een baliegesprek in de apotheek. Het mooiste zou zijn als de apotheek die uitkomsten meteen doorgeeft aan de huisarts, die daarmee de zorg verder kan verbeteren voor die patiënt.’

Verbeteren in stapjes

Alles draait om kleine stapjes in het onderzoek van Van Dijk. Ze wil geen grote veranderingen doorvoeren in de zorg. ‘Als een interventie toch te groot blijkt te zijn, dan laten we iets weg en kijken we wat wél mogelijk is in de implementatie.’ Die ervaringen neemt ze mee bij andere settings. Juist met die kleine stapjes hoopt ze veel te bereiken voor de patiënt. ‘Ik hoop gewoon dat de dingen die ik doe, bijdragen aan verbetering van de farmaceutische zorg en dan met name aan de begeleiding rondom het medicatiegebruik. Dat is een heel complex terrein. Alleen al bij de patiënt kan zo veel spelen, waardoor die zijn medicijnen niet neemt. Ik wil de zorg zo organiseren dat patiënten daar zo veel mogelijk baat bij hebben. Dat is wat ik wil bereiken met deze leerstoel. Het is natuurlijk nooit fijn om ziek te zijn en de zorg zou zo moeten zijn dat het de patiënt zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt.’

Dit artikel is verschenen in FTO.nu Magazine, vakblad voor huisartsen en apothekers, in de najaarseditie van 2019.

Afbeelding van Michal Jarmoluk via Pixabay 

Meer artikelen in FTO.nu Magazine:

Tags

Wetenschap
Zorg

Comments are closed.

Omhoog ↑