De geheimen van de ijsvis ontrafeld

Zeewater van -1,9 graden Celsius, een overschot aan zuurstof en maanden waarin de zon niet opkomt of ondergaat: het maakt de ijsvis allemaal niets uit. Wetenschappers onderzoeken hoe deze diersoort zich heeft aangepast aan de kou – en wat wij daaraan hebben.

Bij Bouvet, een van de meest afgelegen Antarctische eilanden, ving de Noorse zoöloog Ditlef Rustad in 1927 een wonderbaarlijke vis. Rustad verbaasde zich over de krokodilachtige kaak en over de bleke kieuwen, die bij andere vissen roodpaars zijn door het bloed dat erdoorheen stroomt. Maar deze vis had melkwitte kieuwen, met kleurloos bloed.

Op zich een opzienbarende ontdekking, maar aanvankelijk bleef het bij een notitie in zijn reisverslag; pas in 1954 werd zijn ontdekking van ‘wit bloed’ bij de zwartvinijsvis (Chaenocephalus aceratus) door andere onderzoekers bevestigd. Anno 2019 weten wetenschappers heel wat meer van de krokodilijsvissen waartoe de zwartvinijsvis behoort. Sterker nog: ze staan ervan versteld hoe deze dieren in die extreme omstandigheden gedijen. Want waar ons bloed in het ijzige zeewater bij Antarctica zou bevriezen en onze cellen door ijskristallen lekgeprikt zouden worden, blijkt de lage temperatuur voor de ijsvis geen enkel probleem.

Onderzoekers willen tot in detail uitpluizen waar dat hem in zit. Met moderne technieken die in de tijd van Rustad nog lang niet in zicht waren, ontrafelen ze stapje voor stapje de geheimen van de ijsvis.

Dit is het begin van het artikel ‘IJskoude informatie’, te vinden in KIJK 12/2019. Deze editie ligt in de winkel vanaf 21 november tot en met 18 december. Binnenkort lees je op deze plek het hele artikel.

Meer lezen?

Foto: Ambiederman [CC BY-SA 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0)]

Tags

Biologie
Wetenschap

Comments are closed.

Omhoog ↑