Bodem vol bosbloemen

Het geheim van oude bossen zit niet in sagen en legenden, maar in de bijzondere bodem. Die is rijk aan humus en bevat een schatkamer vol zaden van bosbloemen. Als ze de kans krijgen, kleuren ze de bosbodem.

Oude bossen spreken tot de verbeelding. Knoestige eiken, statige beuken, een dicht bladerdak en eeuwenoude kronkelpaden. Veel sprookjesfiguren raakten er verdwaald. Toch hoeven oude bossen niet uit de Middeleeuwen te stammen, volgens Arnout-Jan Rossenaar, ecoloog bij Staatsbosbeheer. ‘‘Natura-2000 heeft de definitie dat oud bos tenminste al in 1850 bos was. Die plekken zijn heel schaars’’, vertelt hij. Oude bossen zijn vooral te vinden in Brabant en in Zuid-Limburg en verspreid over het oosten van Nederland.

Honkvast

Echt oude bomen vind je ook niet altijd in oude bossen. ‘‘Een bos is oud als er op die plek al heel lang bos is’’, legt Arnout-Jan uit. ‘‘Op de bodem ligt een dikke laag bladeren en humus. Juist de bodem maakt een oud bos bijzonder.’’ Die dikke organische laag is namelijk een heel geschikte voedingsbodem voor allerlei soorten, soms uiterst zeldzame bosplanten. ‘‘Uitbreiden gaat bij veel soorten heel langzaam, maar in de oudste bossen hebben soorten lang genoeg de tijd gehad om zich er te vestigen’’, zegt Arnout-Jan.

Soms ziet hij zelfs zeldzame bosplanten in heel kleine stukjes bos. ‘‘Die stukjes zijn vroeger onderdeel geweest van een groter bos. Sommige zeldzame planten hebben zich dan toch nog kunnen handhaven.’’ Maar daar waar het bos steeds dichter en donkerder wordt, zien we deze soorten afnemen en terugtrekken naar de bosranden of randen van wegen en paden. Ze hebben immers wel net voldoende licht en soms kale bodem nodig. Uitblijven van beheer kan dus soms nadelig uitpakken voor deze soorten.

Bloementapijt

Een bekende, vrij algemene bosplant is de bosanemoon (Anemone nemorosa), die bosbodems in het voorjaar kan veranderen in een waar bloementapijt van witte – soms roze of lichtpaarse – bloempjes. Toch zijn ze ook te vinden langs beekjes en dat is bijzonder. ‘‘Veel bosplanten houden wel van licht, gefilterd door het bladerdak, maar niet van felle zon’’, legt Arnout-Jan uit. ‘‘In het open velden zouden ze uitdrogen. Daarmee zijn ze onlosmakelijk verbonden met de bossen waarin ze leven. Alleen een soort als de bosanemoon staat zowel in bossen als in beekdalen. Daar is het misschien wel zonniger dan in het bos, maar ook nat genoeg.’’

Foto:  NickyPe via Pixabay

Andere soorten leven alleen in een paar specifieke oude bossen en hebben elk hun eigen bijzondere verhaal, zoals de holwortel (Corydalis cava), die roze-paarse of witte bloemen heeft. Arnout-Jan: ‘‘De holwortel is van oorsprong helemaal geen Nederlandse plant, maar we vinden hem op oude landgoederen in Friesland. Strooisel voor een rijke bodem werd aangevoerd uit Duitsland en zo kwam ook de holwortel in die Friese bossen terecht. De zogenaamde stinsenplanten danken hun naam aan de Friese landhuizen die stins – stenen huis – genoemd worden.’’

Oude dennenbossen

Een soort die het ook in wat minder oude bossen, tot een jaar of zestig, goed doet, is de dennenorchis (Goodyera repens). Met zijn witte, behaarde bloempjes profiteert de dennenorchis van de typische dennenbosbodem die langzaam ontstaat in die bossen. Arnout-Jan: ‘‘De dennenorchis kwam vooral voor op boreale bosbodems, dus in dennenbossen in Noorwegen. Die soort heeft kans gezien om zich ook te vestigen in onze aangeplante, maar al tientallen jaren bestaande, dennenbossen. In de Schoorlse Duinen staan inmiddels een paar miljoen exemplaren dennenorchis.’’

Niet omploegen

‘‘Om mooie bosplanten te zien, hoef je gelukkig het pad niet af’’, gaat Arnout-Jan verder. ‘‘Ze hebben licht nodig, dus je ziet ze juist vaak langs paden.’’ Bosplanten hebben daar in principe weinig beheer nodig. Arnout-Jan: ‘‘Ze hebben er vooral baat bij als het bos blijft bestaan en de bosbodem (nagenoeg) met rust wordt gelaten.’’

Toch wel beheer

Toch is een lange periode zonder beheer ook niet altijd gunstig voor bosplanten. Dat ontdekte Jan den Ouden, universitair docent in bosecologie en bosbeheer aan de Wageningen Universiteit. Hij doet onderzoek in Limburgse oude bossen en zag dat bosplanten terugkeren als de bomen minder dicht op elkaar staan. ‘‘Ook vroeger kapte men bomen uit zulke bossen’’, vertelt hij. ‘‘Bosplanten deden het goed op de lichte plekken die daardoor ontstonden. Sinds de houtkap is gestopt, wordt het bos steeds donkerder en zien we steeds minder bosplanten. In twee bossen in Zuid-Limburg hebben we het beheer teruggebracht. Bosplanten profiteerden daar direct van. Hun zaden kunnen jaren wachten in de bodem tot er weer voldoende licht is om te groeien. In het kielzog van die planten kwamen ook vlindersoorten terug. Door gericht beheer dat zorgt voor lichtval op de bodem kunnen we dus de biodiversiteit een handje helpen.’’  

Dit artikel is verschenen in het lentenummer 2020 van Staatsbosbeheer magazine.

Foto boven artikel: holadeejay for Panor… / CC BY-SA (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)

Tags

Biologie

Comments are closed.

Omhoog ↑