Blog: Zo voorkom je dat je naar een leeg vel staart

Zelfs voor deze blog betrap ik me erop: naar een bijna leeg vel staren. Heel even dan. Natuurlijk, ik had al bedacht waar deze blog over zou gaan. Maar toch wil ik per se direct in één ruk de inleiding op papier knallen. Waarom eigenlijk? En wat doe je eraan?

Of je nu journalist bent of niet, we hebben allemaal wel eens naar dat eindeloze witte vel op het scherm getuurd. Gedachten dwalen af, Whatsapp of Twitter lonken en ondertussen weet je dat je toch echt een keer moet beginnen met schrijven. Wat is dat toch met die koudwatervrees (ja, nu is het vel nog leeg, hoe ga ik het vullen?), perfectionisme (in één keer goed, dan ben ik het snelst klaar) en die romantiek van die o zo geweldige schrijfflow (als ik maar eenmaal een begin heb, dan komt de rest vanzelf wel)?

Het staat onherroepelijk op papier?!

Als je een zogeheten schrijversblok heb, zit je hoofd waarschijnlijk even in een pre-computer tijdperk. Je wilt een brief schrijven aan je beste vriend of je oma en ziet een gigantisch wit vel papier voor je. Het eerste woord dat je opschrijft, lijkt nogal bepalend voor de hele brief. Wat op papier staat, haal je niet meer weg zonder dat de lezer je doorheeft, toch?

Nee, dat is natuurlijk onzin. Ook vroeger zou je kladpapier gebruiken voor aantekeningen of conceptversies. Het is alleen het idee dat je niet meer terug kan als je een letter op papier hebt gezet. De kunst is om weer van dat gevoel af te komen. Je computer is geen typemachine en in je hand heb je al helemaal geen ganzenveer.

Je scherm is een speeltuin

Zie je scherm meer als een speeltuin. Schommel heen en weer, roetsj eens van de glijbaan en ren kriskras tussen verschillende speeltoestellen. En als je niet tevreden bent, dan probeer je het gewoon opnieuw. Wanneer je uitgespeeld bent, is je tekst in concept af. Pas daarna zet je je meest serieuze bril weer op. Nu mag je de perfectionist uithangen en kritisch zijn op andere valkuilen.

Deze 5 tips voorkomen dat je in de ‘staarmodus’ komt:

  1. Lees je goed in. Stel vragen waarop je antwoord wil. Ondertussen markeer je belangrijke punten in je bronnen. Of je maakt losse aantekeningen. Het vel op je scherm is dan meteen niet helemaal leeg meer.
  2. Maak een kapstok als houvast. Welke punten moeten er zeker in? Wat hebben die punten met elkaar te maken, bijvoorbeeld een ontwikkeling, opsomming, tegenstelling, probleem en oplossing. (lees ook over de kapstok bij sollicitatiebrieven)
  3. Als je kapstok niet van de grond komt, ga je terug naar stap 1. Maak ondertussen aantekeningen zonder je druk te maken over structuur. Uiteindelijk zie je meestal de lijn in je verhaal wel.
  4. Het maakt niet uit als je halverwege je kapstok inspiratie hebt om te schrijven. Het begin komt vaak pas later. Schrijf ook gewoon steekwoorden en ruwe zinnen op. Zo structureer je je gedachten en kom je in de schrijfflow. Voor je het weet schrijf je wel een heel gedeelte van de tekst aan één stuk. Toch nog een romantische schrijfflow! 😉
  5. Je hoeft nog geen titels en kopjes te bedenken. Dat komt pas als laatste.

Ik vergeet nog steeds wel eens om eerst te ‘spelen’. Vooraan beginnen lijkt nou eenmaal handig. Natuurlijk, als het direct lukt om te schrijven vanaf het begin, dan is dat prima. Maar vaak helpt het wel om de speelmodus aan te zetten. Dat maakt schrijven een stuk leuker!

Lees ook deze blogs:

Tags

Blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Omhoog ↑